Doorstroomcijfers steinerscholen ontoereikend om globale oordelen te vellen

07-07-2022

Recent maakte de overheid op vraag van CD&V-parlementslid Brecht Warnez een overzicht bekend van doorstroom- en slaagcijfers van leerlingen die van het secundair naar het hoger onderwijs gaan. Voor de steinerscholen zijn deze cijfers ontoereikend om besluiten te kunnen formuleren over de studierichtingen in het secundair onderwijs.

Om de participatiegraad aan het hoger onderwijs te bepalen werd uitgegaan van het aantal afgestudeerde leerlingen per studierichting in de schooljaren 2017-18, 2018-19 en 2019-20. Zoals je in onderstaande tabel kunt zien, zijn dat er voor de middelbare steinerscholen voor de ASO-studierichting Rudolf Steinerpedagogie 415. Gemiddeld zijn er dat dus circa 140 per schooljaar. Aangezien de middelbare steinerscholen in een groeibeweging zitten, is het realistischer ervan uit te gaan dat dit voor de drie schooljaren ongeveer 125 – 140 – 155 leerlingen waren.

Departement Onderwijs en Vorming
Afdeling SBO
Bron: Datawarehouse DHO 2.0
SV549: WS, SC

Laatste laadoperatie
Aantal studieloopbanen
Onderwijsvorm: ASO, BSO, KSO, TSO
Doorstroom HO: Rechtstreeks
Schooljaar afstuderen SO: 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020
Eerste inschrijving HO: ABA, PBA

Van deze oud-leerlingen zouden volgens deze tabel slechts 72,8% participeren aan het hoger onderwijs. Dat is natuurlijk een schromelijke onderschatting. De (talrijke) oud-leerlingen van steinerscholen die in Nederland, Denemarken, Spanje enz. voortstuderen zijn bij de Vlaamse overheid immers niet gekend en staan dus – ten onrechte – gecatalogeerd als niet-doorstromers.

Dat wordt meteen duidelijk in de volgende tabel die de Vlaamse overheid meedeelt:

Departement Onderwijs en Vorming
Afdeling SBO
Bron: Datawarehouse DHO 2.0
SV549: WS, SC

Laatste laadoperatie
Aantal studieloopbanen

Onderwijsvorm: ASO, BSO, KSO, TSO
Doorstroom HO: Rechtstreeks
Schooljaar afstuderen SO: 2017-2018
Eerste inschrijving HO: ABA, PBA

In deze tabel wordt weergegeven hoeveel van de afgestudeerde leerlingen van schooljaar 2018-2019 drie jaar later hun bachelordiploma hebben behaald. Merkwaardig is dat voor de studierichting Rudolf Steinerpedagogie hier 65 studenten in de Academische Bachelor en 49 studenten in de Professionele Bachelor worden vermeld, samen 114. In de eerste tabel echter werd er gewag gemaakt van 140 afstuderenden. Waar zijn die resterende 26 studenten naartoe? Antwoord: die volgen een vervolgopleiding bijzonder wetenschappelijke vorming of ze studeren in het buitenland en vallen bijgevolg plots uit de cijfers van de richting Rudolf Steinerpedagogie. Een (zeer) kleine minderheid zal wellicht niet voortstuderen.

Maar zelfs als die 26 studenten waren meegeteld en er dus naar 140 afgestudeerde oud-leerlingen zou gekeken zijn, dan nog zou die steekproef véél te klein zijn om een statistisch gevalideerde uitspraak te kunnen doen over de studierichting Rudolf Steinerpedagogie. Dat geldt trouwens evenzeer voor een heel aantal andere kleine studierichtingen met weinig afstuderenden. Statistisch relevant worden zulke cijfers pas als we over aantallen van meer dan 1000 spreken.

Een groot probleem van hedendaags wetenschappelijk onderzoek (ook op andere terreinen dan het onderwijs, bijvoorbeeld de geneeskunde) is dat onderzoek al te vaak gebaseerd is op statistische gegevens van véél te weinig mensen of respondenten.

Een ander probleem met dit soort tabel is dat afstuderenden hier geïdentificeerd worden met de studierichting die zij gedurende het laatste jaar van hun middelbaar hebben gevolgd, zonder inachtname van de studierichtingen die zij voordien gevolgd hebben. Voor studierichtingen als Grieks-wiskunde, Latijn-wiskunde enz. hoeft dat geen probleem te zijn: door de aard van de vakken Grieks en Latijn is in dat soort studierichtingen enkel ‘uitstroom’ van leerlingen mogelijk en geen ‘instroom’: iemand die nooit Grieks of Latijn heeft gevolgd, kan bijvoorbeeld in het vijfde jaar niet ineens voor die studierichtingen kiezen en dan afstuderen in Grieks of Latijn. Voor een heel aantal studierichtingen van het ASO geldt dat zulke instroom juist wél mogelijk is, zelfs in een vijfde jaar. Ook de richting Rudolf Steinerpedagogie behoort daartoe.

Wil je slaagcijfers in het hoger onderwijs op een relevante manier koppelen aan studierichtingen die leerlingen in het secundair onderwijs hebben gevolgd, zou het niet meer dan redelijk zijn om alléén die leerlingen mee te tellen die de volle zes jaar (in het geval van R. Steinerpedagogie – voor veel andere studierichtingen is dat vier jaar, namelijk vanaf het derde jaar) deze studierichting hebben gevolgd, en niet alleen het laatste of de laatste twee jaar!

De reden waarom je voor de steinerscholen beter uitgaat van een periode van zes jaar, is dat het in het geval van de steinerpedagogie niet gaat over een prespecialisatie in een of ander wetenschapsdomein, wat gebruikelijk pas vanaf het derde jaar gebeurt, maar om de keuze voor een specifiek pedagogisch project, namelijk een brede, niet specialiserende vorming. De realiteit is dat in heel wat laatstejaarsgroepen van middelbare steinerscholen de groep leerlingen die daar de volle zes jaar hebben doorgebracht, eerder klein is! De vraag is dan wat je aan moet met een cijfer dat zich alleen baseert op leerlingen die er het laatste jaar van het middelbaar hebben gestudeerd.

Al bij al moeten we dus besluiten dat het cijfer van het aantal afstuderenden die na drie jaar een bachelordiploma behalen, ook voor steinerscholen minstens ontoereikend is en dat het moeilijk kan beschouwd worden als een indicator voor de kwaliteit van de studierichting R. Steinerpedagogie.

Werner Govaerts

Actueel

Doorstroomcijfers steinerscholen ontoereikend om globale oordelen te vellen

Recent maakte de overheid op vraag van CD&V-parlementslid Brecht Warnez een overzicht bekend van doorstroom- en slaagcijfers van leerlingen die van het secundair naar het hoger onderwijs gaan. Voor de steinerscholen zijn deze cijfers ontoereikend om besluiten te kunnen formuleren over de studierichtingen in het secundair onderwijs.

Steinerscholen vrijwaren opnieuw de vrijheid van onderwijs

De Federatie Steinerscholen is tevreden met de vandaag bekendgemaakte beslissing van het Grondwettelijk Hof om het decreet op de eindtermen voor de tweede en de derde graad secundair onderwijs te vernietigen.

Daalt de kwaliteit van het onderwijs?

Het is bijna subversief om inzake de kwaliteit van het onderwijs de steeds weer beklemtoonde daling in vraag te durven stellen. Nochtans is dat dringend nodig.

Nieuwe steinerschool in Limburg (Opitter)

Het Leerhuis ontstond door een 11-jarige die de school zo beu was dat de ouders besloten over te gaan tot thuisonderwijs. Dat was niet zo evident en samenwerken met andere ouders was quasi uitgesloten omdat gezinnen geen keuze hebben als beiden uit werken gaan.